The making of…

Moderne Tijden is een ‘vie romancée’ over het leven van burgemeester Marcel van Grunsven. Het boek is gebaseerd op historische feiten, waarvoor ik verwijs naar de bronnen in de algemene literatuurlijst, die in het boek staat. Informele gebeurtenissen (gesprekken) die natuurlijk nergens geboekstaafd zijn, vul ik meestal in, waar mogelijk eveneens gebaseerd op feiten.

Deze ‘making of’ gaat gedetailleerd in op mijn werkwijze. Regelmatig verwijs ik naar bronnen in de literatuurlijst en u vindt in de ‘making of’ ook veel namen van betrokkenen die vanwege de leesbaarheid uit Moderne Tijden zelf zijn weggelaten.

  • p.12: De aankomst van de eerste trein in Heerlen is grotendeels gebaseerd op een verslag van een van de organisatoren. Hij schreef dit veertig jaar later (!) bij het robijnen jubileum van station Heerlen. Dit relaas wordt bewaard bij Rijckheyt, het stadsarchief van Heerlen.
  • p.12/13: Bij Rijckheyt vond ik ook de informatie over het leven van Sarolea en correspondentie over het verzoek tot uitbreiding van het station, al na 28 dagen de opening (p.14). Tot slot is gebruikt gemaakt van een artikel in de Limburger Koerier.
  • p.17: De toespraken bij de opening van het Retraitehuis komen uit een verslag in het Limburgsch Dagblad. Ze werden hoogstwaarschijnlijk binnen gehouden, zoals te zien is op een foto verderop in Moderne Tijden.
  • p.17-20: De beschrijving van de wandeling van Van Grunsven door het Heerlen van 1926 is gebaseerd op foto’s en ansichtkaarten uit die tijd.
  • p.18: De preek van deken Nicolaye is ontleend aan letterlijke teksten in een film uit de Rijke Roomse Tijd.
  • p.19: Van Grunsven heeft heel lang een abonnement gehad op La Revue des Deux Mondes. Bron: familie Van Grunsven
  • p.21/22: De uitspraken van gouverneur Van Hövell in het gesprek met Van Grunsven zijn grotendeels gebaseerd op het dossier over de sollicitatieprocedure. Dit ligt ter inzage bij het Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL).
  • p.26 e.v: De relatie tussen Van Grunsven en Albert Haex heb ik uitvergroot. Zo kon ik de rol van de mijnen duiden en de liberaal Haex typeren als non-conformistisch inspirator van Van Grunsven, die volgens zijn kindereen tegenwoordig een D66’er zou zijn geweest. Uit het Limburgsch Dagblad blijkt dat Van Grunsven en Haex elkaar veelvuldig ontmoetten bij officiële gelegenheden. De informatie over Haex’ leven komt Van Rijckheyt en diverse krantenartikelen, onder meer in Het Vaderland dat hem neerzette als de grote vijand van de mijnwerkers. Bij het RHCL zocht ik naar de relatie Oranje-Nassaumijn en Van Grunsven, maar ik vond alleen veel zakelijke brieven over allerlei bestemmingsplan-geschillen.
  • p.28: Of Van Grunsven direct naar Vrouwenheide is getogen, daarvan is geen concreet bewijs. Dat hij er in de loop der tijden zijn ‘rijk’ is gaan overzien, valt nauwelijks te betwijfelen.
  • p.29: Roelof Braad merkt terect op dat de mijnwerkers de duiventillen zelf moesten betalen.
  • p.30-33: De inhuldiging van Van Grunsven in Heerlen, inclusief zijn toespraak, is uitgebreid gedocumenteerd in het Limburgsch Dagblad.
  • p.31: De mededelingen van Van Hövell tot Westerflier over het verloop van de sollicitatieprocedure komen allemaal uit Van Grunsvens persoonsmap bij het RHCL. Ik vond ze interessant omdat ze een (rooskleurig) beeld bieden van de burgemeester in zijn jonge jaren, ook heeft de gouverneur de informatie hoogstwaarschijnlijk niet gedeeld met de burgemeester. De beschrijving van de raadszaal komt van een historische foto.
  • p.32: De meest prominente socialist in de jaren ’20 en ’30 heette Van der Ploeg.
  • p.33: Jos Geurts wees me er op dat Teddy Roosevelt (1858-1919) op 28-jarige leeftijd solliciteerde op de functie van burgemeester van New York. Men vond hem erg jong, waarop Roosevelt geantwoord zou hebben: ‘Dat komt goed, daar zal ik vanaf mijn eerste werkdag aan werken.’ Goed denkbaar dat Van Grunsven zich door deze uitspraak heeft laten inspireren.
  • p.33-34: Poels en Nicolaye zullen ongetwijfeld bij de inhuldiging van Van Grunsven aanwezig zijn geweest. Maar of ze elkaar toen ook gesproken hebben, is onbekend.
  • p.34: Nicolaye geeft kind schop tegen de schenen: Nic Tummers overkwam dit als jongetje (in werkelijkheid gebeurde dat zo’n tien jaar later)
  • p.34: Vergadering met wethouders: Van Grunsven kreeg de zware posten financiën en stadsontwikkeling, maar hoe zwaar hij daarvoor heeft moeten strijden, is onbekend.
  • p.35: Eerste raadsvergadering is ontleend aan de raadsnotulen en een verslag in het Limburgsch Dagblad, die ik van sfeer heb voorzien.
  • p.36: Foto met brillantine in het haar: anekdote komt van Nic Tummers, die sinds 1928 in Heerlen woont en het verhaal daar vaak hoorde.
  • p.36: Anekdote Venlose katholiekendag: komt uit Limburgsch Dagblad
  • p.37: Uit een opsomming in het Limburgsch Dagblad blijkt dat de genoemde notabelen bij het Vincentius-jubileum aanwezig waren. Of ze elkaar op dat moment gesproken hebben, is onzeker.
  • p.37: Gegevens over Poels en oprichting van het Limburgsch Dagblad komen uit het jubileumboek van Cor Lommers dat verscheen bij het 75-jarig jubileum van de krant (zie literatuurlijst).
  • p.38: Albert Haex organiseerde inderdaad een ‘neutraal’ voetbaltoernooi. Go Ahead uit Deventer deed daaraan mee. Dat staat op een site met verhalen over de historie van deze club. (niettekraken.nl.)
  • p.38/39: Dat Haex met een geweer langs het spoor patrouilleerde om Troelstra tegen te houden, staat vermeld in het Limburgsch Dagblad.
  • p.39: De uitspraken van Poels (zoals: ‘Met moedermelk ingezogen haat tegen Rome’) komen uit een brochure die hij verspreidde. De uitspraken van Van Grunsven heb ik toegevoegd om een ‘dramatische kracht’ te ontwikkelen, om helder te maken dat hij veel minder strikt katholiek was dan de strenge Poels.
  • p.40: Van Grunsven was allerminst een fanatieke katholiek. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.41-42: De ‘kwestie-Potemkin’ wordt uitgebreid beschreven in het boek ‘Film in Limburg’ (zie literatuurlijst)
  • p.42: Naamgeving Gerard Bruningstraat: anekdote komt van Nic Tummers, die sinds 1928 in Heerlen woont en het verhaal daar vaak hoorde.
  • p.42/43: Dat Poels Van Grunsven ertoe bracht Potemkin te verbieden, wordt gesuggereerd in de Venlosche Courant, die hem Van Grunsvens ‘geestelijk adviseur’ noemt. Of Poels hiervoor de burgemeester daadwerkelijk in het gemeentehuis opzocht, is onbekend. Feit is dat dit filmverbod totaal niet lijn is met Van Grunsvens latere optreden op cultureel gebied.
  • p.44: De burgemeester van Kerkrade heette Gerardus Habets, die van Venlo was Bernard Berger.
  • p.44: Bij het zilveren jubileum van de Staatsmijnen waren alle genoemde notabelen aanwezig (Limburgsch Dagblad). Hoe Van Grunsven precies op het idee kwam naar Stuttgart te gaan, is niet precies bekend.
  • p.45/46: Beschrijving Weissenhof is afkomstig van krantenartikelen en foto’s.
  • p.46/47: Van Grunsven haalde Jos Klijnen naar Heerlen en ze hebben lang intensief samengewerkt en ongetwijfeld gesprekken gevoerd in de lijn van het hier vermelde. Het uitbreidingsplan moest inderdaad veertig jaar vooruit kijken.
  • p.47-49: Bij het jubileum van de RK Mijnwerkersbond kwamen de genoemde notabelen bijeen voor het huis van Poels aan de Akerstraat (Limburgsch Dagblad). De beschrijving van de optocht is ontleend aan een historische film. Poels en Van Grunsven zullen het in de loop der jaren ongetwijfeld (regelmatig) hebben gehad over hun verschillende visies over de ontwikkeling van de stad. Diverse uitspraken van Poels zijn gehaald uit geboekstaafde redevoeringen. Overigens: in september 2018 is er een soort congres over Poels. Zowel Harry van Dyck als Roelof Braad vragen zich af of de tegenstelling Poels-Van Grunsven zo groot is als ik beschrijf. Ik ben zeer benieuwd!
  • p.47: De sokkel van het Heilig Hart-beeld op het Tempsplein (1924) is van de hand van architect Dirk Roosenburg, die ook de villa van Haex (1911-1913) en het hoofdkantoor van de Oranje-Nassaumijn ontwierp (1931). Edmond Kaufmann, die voor de oorlog in het pand Houppermans woonde, schreef onder de naam Mercator Heerlensis in 1926 dat architect Seelen de sokkel ontwierp. Ton van Mastrigt ging dat na en kreeg van het Ni (archief ROOX190) foto’s van tekeningen van het voetstuk met de naam Dirk Rosenburg. Van Mastrigt: ,,Interessante vraag: waarom werd dat ‘onwrikbare’ voetstuk aan de katholieke Seelen toegeschreven en niet aan levensgenieter Roosenburg, vriend van mijndirecteur Haex en dol op jagen, golfen, eten en vrouwen. Het antwoord past vast in Moderne Tijden.” Seelen was wel voorzitter van het comité voor de totstandkoming van het Heilig Hart-beeld, dus Kaufmann kan zich ook gewoon vergist hebben. De vader van Nic Tummers werkte trouwens bij Venlonaar Seelen, die in 1913 stopte met werken. Tummers senior verhuisde naar Heerlen omdat de mijnstad ook voor architecten veel werk opleverde.
  • p.47: Harry van Dyck wijst me erop dat Poels niet aan het Tempsplein woonde. ik ben in het archief gedoken en zie dat ik me vergist heb. Men vertrok van het huis van Poels naar het Tempsplein. Poels woonde aan de Akerstraat (op de hoek met de Oliemolenstraat). Deze fout zal ik in de derde druk herstellen. (Reden te meer om te hopen dat hij er komt…).
  • p.49: Heerlen heeft op eigen kosten een gymnasium gesticht. Historisch feit, ontleend aan het Limburgsch Dagblad.
  • p.50: De bescherming van de beekdalen was cruciaal in het uitbreidingsplan dat Klijnen opstelde. Bron: Limburgsch Dagblad
  • p.50/51: De genoemde notabelen waren aanwezig tijdens de sluiting van de Missieweek van 1929. Kort daarvoor verscheen de ingezonden brief van Frits Peutz in het Limburgsch Dagblad.
  • p. 51/52: De informatie over het leven van Frits Peutz is ontleend aan diverse bronnen: Rijckheyt, het Limburgsch Dagblad en diverse boeken over de architect. Nicolaye hielp de jonge Peutz inderdaad aan diverse opdrachten voor scholen en kerken.
  • p.52/53: ‘Kolenvoorraad raakt op!’ Bron: diverse landelijke kranten. Het Limburgsch Dagblad publiceerde alleen Van Grunsvens geruststellende reactie.
  • p.53: Vriendschap tussen Haex en Dirk Roosenburg wordt vermeld in een boek van Dorine van Hoogstraten over de architect (zie literatuurlijst).
  • p.54: Beschrijving ‘rupsgebouw’ komt uit dat boek en diverse krantenartikelen. Dit gebouw is in de jaren negentig door architect Jo Coenen in oude luister hersteld.
  • p.55 en verder: Zoektocht naar een vrouw. Bron: Familie Van Grunsven. De eerste ontmoeting was waarschijnlijk op station Sittard, de locatie heb ik vanwege de couleur locale verplaatst naar Heerlen.
  • p.58/59: Zijn kinderen konden niet aangeven of Van Grunsven daadwerkelijk ondergronds is geweest, ook heb ik nergens in de literatuur een vermelding van zo’n bezoek kunnen vinden. Het lijkt me echter zeer waarschijnlijk dat hij ooit een rondleiding heeft gehad. Beschrijving sfeer komt van bedrijfsfilm over de mijnen.
  • p.59/60: Van Grunsven heeft zich zeker bemoeid met de Ulo, maar of dit via een bezoek van het schoolbestuur is gegaan, weten we niet. Scene is ingevoegd om het bijzondere ontwerp van de Ulo goed neer te kunnen zetten, dat van belang is voor het moderniteitsstreven van de burgemeester.
  • p.60: Van Grunsven probeert nevenindustrieën naar Heerlen te halen. Bron: Limburgsch Dagblad. Uitspraken van Haex zijn ontleend aan de actuele situatie van de mijnen, waar de directeur mee te maken had en die hem een berucht imago bezorgde.
  • p.60-62: Wandeling met Gertie en huwelijksaanzoek door Heerlen: decor is geschetst naar aanleiding van foto’s uit die tijd.
  • p.62-64: Wanneer en waar Van Grunsven en Peutz elkaar voor het eerst gesproken hebben, is niet bekend bij hun beider kinderen.
  • p.63: De uitspraken van Peutz over het Retraitehuis zijn gehaald uit een publicatie van zijn hand in het Rooms-Katholiek Bouwblad en Limburgsch Dagblad.
  • p.64-66: De relatie tussen Dinger en Van Grunsven staat beschreven in het Limburgsch Dagblad. De beschrijving van de tuin is gehaald uit een van de Mijnennummers, waar ze pagina’s lang doorgaat. Hetzelfde geldt voor Van Grunsvens voorwoord in het allereerste Mijnennummer. Deze Mijnennummers liggen ter inzage bij Rijckheyt. Persoonlijk vraag ik me af of Van Grunsven dat voorwoord zelf heeft geschreven of dat hier sprake is van een ghostwriter.
  • p.64-66: Begin mei 2018 meldde De Limburger dat er een Indiëmonument en een jaarlijkse herdenking komt in de Tuin van Dinger bij het ABP. De stichting Warangin is dat overeen gekomen met de gemeente Heerlen.
  • p.66: Van Grunsvens afkeer van de geschonken meubels. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.67: De situatie rond de oude schouwburg is beschreven in het Limburgsch Dagblad.
  • p.68: Roelof Braad voegt toe: ‘Hollandia heeft zijn oorsprong in 1911 als Eerste Heerlensche Bioscoop in het patronaal aan de Nobelstraat. Zie mijn artikel over de Heerlense bioscopen in Land van Herle 1996-1. Hollandia heropent in 1929, na de vestiging aan de Saroleastraat in 1913. Bij een overname in 1920 kwam de naam Hollandia in zwang, waardoor er naast de bestaande zaal een nieuwe werd gebouwd (1929 -architect Wielders)’.
  • p.68-69: Huwelijksmis: idem. Toevoeging: de plechtigheid werd geleid door karmeliet Benedictus Verzett, een broer van Van Grunsvens moeder. Bron: Antoine Jacobs
  • p.69-71: Hoe Van Grunsven de schouwburg weer open kreeg, staat uitgebreid beschreven in een dossier dat bij Rijckheyt ter inzage ligt. Daarin staat ook alle bedragen die de aandelen opleverden alsmede de speellijst en Van Grunsvens correspondentie met de bioscoopbond en het Rotterdams Hofstad Toneel.
  • p.72: De informatie over de inzamelingsactie voor het Retraitehuis komt uit een necrologie van deken Nicolaye die monseigneur Feron in het Limburgsch Daglad schreef. Feron noemde Nicolaye in een necrologie in het Limburgsch Dagblad een ‘echt eenvoudig en een echt goed mens.’
  • p.72/73: Informatie over Van Grunsvens woning Geleenstraat, reizen en belang mode: familie Van Grunsven. De moeder van politicus Frans Timmermans was kleermaakster van Gertie van Grunsven. Op de plek van de woning aan de Geleenstraat staat nu een bioscoop.
  • p.73: ‘Oubollig’ schilderij: artikel in het Limburgsch Dagblad.
  • p.73 + p.75: De agenda 1931 van Van Grunsven is in het bezit van de familie. Opvallend is hoe vaak de naam van Henri Poels daarin wordt genoemd. De agenda is zeer zakelijk, maar op de laatste bladzijden staan toch wat persoonlijke aantekeningen. Bijvoorbeeld: ‘Dr. Poels. Paus. Alleen gezond verstand geen gemeentelijk veto.’ En een intrigerende: ‘Goliath – David. Kan P. zeggen dat als hij ooit gedacht heeft dat R. het niet eens is met de burgemeester, hij verkeerd gedacht heeft.’ Zou P. ook Poels zijn?
  • p.75: Beschrijving interieur woning Akerstraat 111: familie Van Grunsven.
  • p.77: Beschrijving bouw Retraitehuis (staketsel en Peutz op wenteltrap): foto’s Rijckheyt.
  • p.77. Overlijden zoon Hansje: advertentie in Limburgsch Dagblad. Beschrijving ecologische elementen gebouw: AGS Architecten.
  • p.77/78: Uitbreidingsplan Klijnen: beschrijving komt uit Limburgsch Dagblad en diverse andere regionale kranten in Nederland. Poels en Van Grunsven hebben het in de loop der jaren ongetwijfeld (regelmatig) gehad over hun verschillende visies over de ontwikkeling van de stad, maar op welke momenten en welke manier staat niet vast. De kinderen van Van Grunsven geven aan dat de twee een moeizame relatie hadden.
  • p.79: ‘Dat Heidentje zullen we wel even dopen.’ Anekdote verteld door Nic Tummers.
  • p.81: De kritiek van Granpré Molière is letterlijk gehaald uit het Rooms-Katholiek Bouwblad. Peutz reageerde in hetzelfde tijdschrift met het vermelde weerwoord ‘Wijwater bij het beton.’
  • p.84: Beschrijving van Glaspaleis komt uit een artikel van Peutz in een vakblad. Informatie over ‘8 en Opbouw’ en Bauformen komt van Nic Tummers. Hoe Van Grunsven de architect en Schunck precies met elkaar in contact heeft gebracht is niet bekend, evenmin wie op het idee kwam om naar Nantes te gaan.
  • P.85: De reactie van Peter Schunck is gebaseerd op de bewering van Nic Tummers dat het Schunck, als handelsman, zeker niet om moderne architectuur te doen was.
  • p.88: Sportwedstrijden worden stilgelegd voor de burgemeester. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.89/90: De meningen verschillen over wie precies naar Nantes gingen. Peutz en Peter Schunck zeker. Volgens de familie Schunck reisde dochter Christine Schunck mee en ook ambtenaar Van de Ven. Bij de familie Peutz houden ze het erop dat Van Grunsven zelf in de auto stapte. Ik acht de versie van de familie Schunck het meest waarschijnlijk, maar vanwege de ‘consequente verhaallijn’ kies ik hier toch voor de variant dat Van Grunsven meereisde.
  • P91/92: Beschrijving huiselijke situatie Peutz: familie Peutz. Van Grunsven en Peutz hebben elkaar in de loop der tijd misschien wel honderden keren gesproken. In overheersende mate ging dat over zakelijkheden en stedenbouw. Maar een enkele keer zullen ze best iets vertrouwelijks gedeeld hebben. In Moderne Tijden laat ik daarom Peutz een paar van die persoonlijke zaken vertellen. Van Grunsven was over persoonlijke zaken zeer gesloten.
  • p.92: Van Grunsven doet de suggestie over het penthouse naar voorbeeld Metz&Co: bron: familie Van Grunsven.
  • p.93: De suggestie dat er kerkelijk geld is gestopt in het Glaspaleis is een hardnekkige anekdote, onder de noemer ‘fluistergeschiedenis’. Verteld door Nic Tummers.
  • p. 94: Idem voor de uitspraak ‘Als Schunck op dat dakterras maar geen kippen gaat houden, want dat haalt de haan van m’n kerk.’ Historisch feit is dat Peutz het Glaspaleis twee meter moest ‘inkorten.’
  • p.94: De bedoelde minister heet Verschoor. Uitspraak opgetekend in het Limburgsch Dagblad.
  • p.94/95: Puien veranderd: bron familie Peutz
  • p.95: ‘Eerste schets’: Hardnekkig gerucht dat volgens Nic Tummers al lang door Heerlen waart. Ik heb er geen officiële bevestiging voor kunnen krijgen, maar sluit het, gezien Peutz’ werkwijze, niet uit.
  • p.95: Peutz en De Marchant et d’Ansembourg: familie Peutz.
  • p.95: Van Grunsven met De Marchent et d’Ansembourg op Saroleastraat: familie Van Grunsven.
  • p.96. Van Grunsven die het racecircuit naar Heerlen haalt en gefêteerd wordt in het Amstel Hotel. Bron: Revue der Sporten en Limburgsch Dagblad. Roelof Braad geeft aan dat het circuit ongeveer op de plek had moeten komen waar nu de zilverzandafgraving van Sigrano (Silbelco) is.
  • p.96: Van Grunsven trok in zijn jonge jaren regelmatig naar de Nürburgring, meestal samen met vriend Joop Linthorst: bron: familie Van Grunsven. De kinderen van Linthorst voegen het volgende toe: ,,Onze vader is geboren in 1903 in Twello, gemeente Voorst, alwaar zijn vader een vleesfabriek had. Hij was de jongste zoon. Zijn oudere broers gingen in het familie-bedrijf en mijn vader heeft rechten gestudeerd in Amsterdam. Na zijn rechten studie heeft hij gesolliciteerd bij de rechtbank in Maastricht. Hij werd thuis gevraagd bij de president van de rechtbank, Eugene Dumoulin en leerde aldaar zijn toekomstige vrouw kennen, Pauline Dumoulin.In 1933 werd vader aangenomen als hoofd juridische dienst bij de Staatsmijnen.  Later werd hij secretaris generaal van de directie van de Staatsmijnen. Hoe precies hij Van Grunsven leerde kennen, is niet bekend. Het waren beide jonge vrijgezellen  in een ‘kleine’ omgeving. Linthorst had al gauw bemoeienis met de gemeente, zeker omdat hij ook ‘mijnschade’ in zijn pakket had, wat vast wel ook in hoger niveau binnen de gemeente een issue geweest zal zijn.  Daarbij zat hij bij Hertha Honigmann in huis meen ik zijn eerste Heerlense jaren, begreep ik altijd (hoe hij daar kwam weet ik niet). Ik snap dat Marcel van Grunsven daar ook kwam.”

    De ouders Linthorst zijn, tot vader Joop in 1973 overleed, bevriend gebleven met Marcel en Gertie van Grunsven. De kinderen Linthorst merken ook nog op: onze ouders hadden Van Grunsven niet alleen als vriend maar ook als burgemeester hoog hadden zitten, in tegenstelling tot zijn opvolgers Charles van Rooij en Gijzels. ,,Moeder vond het ook niks dat van Rooij (en later Gijzels) in ‘ons huis’,  Bongaertsstraat 13,  kwam wonen, en ze vond het al helemaal potsierlijk dat deze toen plotseling chique Bongaertslaan ging heten. “

  • p.96: Van Grunsven haalde nooit een rijbewijs (toen hij begon te rijden, bestond dat nog niet). Familie Van Grunsven.
  • p.97: Van Grunsven knalt in Geleen tegen een afrastering: politiebericht in Limburgsch Dagblad.
  • p.97: Van Grunsven verhoogt maximum snelheid naar 35 kilometer. Bron: tijdschrift De Auto.
  • p.98-101: Opening Schunck. Bron: diverse kranten.
  • p.99: Kritiek op Glaspaleis: De 8 en Opbouw.
  • p.101: Weigeren lidmaatschap van ‘8’en ‘Opbouw’ door Peutz: William PARS Graatsma heeft dit gezien in archief Peutz.
  • p.101: Of Van Grunsven en Peutz elkaar tijdens de opening hebben gesproken? Het lijkt waarschijnlijk, in elk geval kort.
  • p.101: Beschrijving herenkamer: foto’s familie Van Grunsven.
  • p.101: Van Grunsven rookte voornamelijk Bolknak en Hofnar. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.102: Blinde-darmontsteking Van Grunsven: berichtje in Limburgsch Dagblad.
  • p.102: Plannen voor Kanaal naar Hoensbroek: Rijckheyt en Limburgsch Dagblad. Volgens oud-stadsarchivaris Roelof Braad was de haven trouwens iets verderop geprojecteerd: bij de Hitjesvijver in Heerlerheide. Het oorspronkelijke plan dateerde van 1924, in 1938 en 1948 zijn hernieuwde pogingen gedaan.
  • p.103: Plan autoweg naar Geleen: Limburgsch Dagblad
  • p.104: Afblazen racecircuit Heerlen: diverse kranten, maar niet in het Limburgsch Dagblad. Dat wijdt pas een dag later een klein stukje aan een mogelijke verplaatsing van de Grand Prix naar de ‘omgeving Den Haag.’ Of Van Grunsven daadwerkelijk naar Den Haag is getogen om het ministerie om te halen mee geld te geven, is onzeker. Maar het ligt wel voor de hand. Voor enkele ongelukken tijdens het Grand Prix-seizoen 1934: kijk eens op Youtube onder de zoekterm ‘Grand Prix’1934’
  • p.105: Herderlijk schrijven bisschoppen: advertentie in Limburgsch Dagblad van 25 mei 1936.
  • p.107: Beschrijving filmtent 1900: Limburgsch Dagblad, Nieuwe Limburger Koerier en het boek van Ivo Senden over Royal-bioscoop (zie literatuurlijst).
  • p.107-109: Hoe Van Grunsven met bioscoopexploitant Van Bergen omging, is grotendeels ontleend aan het boek van Ivo Senden.
  • p.110: Feest huwelijk Juliana en Bernard en planten herdenkingsboom in Heerlen: Limburgsch Dagblad
  • p.110-111: Van Grunsven wordt peter van tweeling mijnwerkers: bericht in het Limburgsch Dagblad.
  • p.111: Beschrijving huiselijk leven Van Grunsven: familie Van Grunsven
  • p.112: Beschrijving techniek Royal: het Limburgsch Dagblad wijdde er een uitgebreid artikel aan. Het Heerlense bedrijf dat de ventilatie maakte, heet Keulen.
  • p.112/113: Opening Royal: Limburgsch Dagblad, boek Ivo Senden en de recente digitale bewerking van de openingsfilm, ook door Ivo Senden.
  • p.115: Dat de Van Grunsvens een enkele keer bij de Peutzen op bezoek zijn geweest en dat het niet klikte tussen de beide vrouwen: familie Peutz.
  • p.115/116: Gesprek tussen Peutz en Van Grunsven. Ze hebben elkaar in de loop der tijd misschien wel honderden keren gesproken. In overheersende mate ging dat over zakelijkheden en stedenbouw. Maar een enkele keer zullen ze best iets vertrouwelijks gedeeld hebben. Bron van dit verhaal: familie Peutz.
  • p.116/117: Van Grunsven wil geen jubileum vieren: klein bericht in het Limburgsch Dagblad.
  • p.117-119: Van Grunsven en Poels woonden beiden de duivententoonstelling bij. Bron: Limburgsch Dagblad. Teksten van Poels zijn gehaald uit openbare toespraken van hem.
  • p.118: Militaire oefening achter stadhuis: Limburgsch Dagblad.
  • p.119: Van Grunsven in het Saarland: verslag uit eerste hand. Hij liet zich na afloop zeldzamer wijze kort telefonisch interviewen door het Limburgsch Dagblad.
  • p.121/122: Situatie in de mijnen en vliegas: onder meer uit het boek van Cornelis Raedts over de geschiedenis van de steenkolenmijnen.
  • P122: Ratten stadhuis ingemetseld: kort bericht in Limburgsch Dagblad.
  • p.123: Klijnen en Van Eesteren over ‘draaien’ nieuwe stadhuis: onder meer uit boekje van Nic Tummers en Volmar Delheij: ‘Het Centrum van de Mijnstreek en het spoor van de Avant-Garde.’
  • p.125: Verslag van verzet wethouders: uitspraak ‘megalomaan’ is authentiek, maar dateert uit de raadsvergadering. Voor de spanningsopbouw hier iets naar voren gehaald. Bron: raadsnotulen en Limburgsch Dagblad.
  • p.126/127: Rijkswaterstaat plant autoweg in Geleenbeekdal. Mijn interpretatie: Klijnen was er zeer ontstemd over en Van Grunsven besloot ‘vanwege het grote stadsbelang’ te schipperen.
  • p.127-129: Van Grunsven nodigt Van Eesteren uit om wethouder te overtuigen: Bron: Nic Tummers die het van Van Eesteren zelf hoorde. In werkelijkheid was het ‘slachtoffer’ trouwens directeur Publieke Werken Van de Ven, dezelfde die mogelijk mee is geweest naar Nantes.
  • p.128: Dat Van Grunsven opereerde met ‘slim geduld en dwingende tact’ is een typering van Nic Tummers.
  • p.130: Peutz’ worsteling met het stadhuis: in zijn archief zijn zeker honderd schetsen te vinden.
  • p.130: Dat Van Grunsven het stadhuis ‘zo modern mogelijk’ wilde: notulen gemeenteraad en Limburgsch Dagblad.
  • p.130: Socialisten noemen raadhuis ‘stal met enige gaten’: raadsnotulen.
  • p.131-133: Kwestie doorbraak Hema: daarover is bij Rijckheyt een dossier ter inzage.
  • p.132: Relatie met Dura. Bron: familie Van Grunsven en jubileumboekje Firma Dura uit 1963 met voorwoord van Marcel van Grunsven.
  • p.132/133: Klijnen en doorbraak ten behoeve van Hema: Nic Tummers
  • p.133: Poels treedt terug: artikel Limburgsch Dagblad.
  • p.133: Volksfeest geboorte prinses Irene: Limburgsch Dagblad.
  • p.134: Zus Jo roept op kleren te breien voor militairen: Limburgsch Dagblad.
  • p.134: Kwestie doorbraak Hema: dossier bij Rijckheyt.
  • p.134/135: Begin oorlog: diverse bronnen, een belangrijke is ‘Het Raadhuis,’ in feite Van Grunsvens eigen verslag van na de oorlog.
  • p.134: De politiechef heette Lambert Offermans, de Duitsers zetten hem ruim een jaar later aan de kant, na de Sinasappelopstand.
  • p.134/135: Over Van Grunsvens houding tijdens de eerste oorlogsdagen citeert Cornelis Raedts in 1972 in het Land van Herle uit onderzoek van Lou de Jong.
  • p.137/138: Ontdekking Thermen: verslag van Leo van Hommerich (bij Rijckheyt), diverse foto’s, Limburgsch Dagblad, Land van Herle en rapport Van Geffen.
  • p.138: Volgens het Limburgsch Dagblad stond Peutz net op dat moment op de steiger van het stadhuis. De krant suggereert min of meer dat hij als eerste Romeinse resten herkend zou hebben. Maar dat verhaal wordt verder nergens ondersteund.
  • p.38/139: Eerste raadsvergadering tijdens oorlog: notulen gemeenteraad en Limburgsch Dagblad.
  • p.139-141: Ontdekking Thermen: verslag van Leo van Hommerich (bij Rijckheyt), diverse foto’s, Limburgsch Dagblad en rapport Van Geffen.
  • p.141: Van Grunsven vraagt zich af hoe groot Coriovallum was. Bij het Thermenmuseum gaan ze anno 2018 uit van ongeveer 5000 inwoners, waarmee Heerlen in de Romeinse tijd ongeveer even groot was als in 1896.
  • p.141: Peutz beheerst het hiërogliefenschrift. Bron: familie Peutz
  • p.142/143: Peutz en De Marchant et d’Ansembourg. Bron: familie Peutz
  • p.143: Duizenden lichtjes verlichtten de Mijnstreek: uit memoires Henri Poels.
  • p.143 : Schmidt vermaant Van Grunsven: onder meer ontleend aan ‘Het Raadhuis’.
  • p.144: Volgens Roelof Braad waren de thermen tijdens de oorlog met asfaltpapier en stro afgedekt. De lag zilverzand kwam in 1946 (volgens het boek ‘Roeins leven in Heerlen (1988), p. 26-28).
  • p.144 en verder: over de oorlog baseer ik me veelal op het onderzoek dat de historici Marcel Put en Fred Cammaert uitvoerden (en vastlegden in het boek ‘Eindelijk een echte burgemeester’), nadat Joep Dohmen in ‘De geur van kolen’ berichtte over de zuiveringsprocedure van Van Grunsven, direct na de oorlog. Waar ik (eigen) aanvullingen heb, meld ik die hieronder apart.
    Omdat er nogal veel discussie ontstond naar aanleiding van het boek van Dohmen (en de vraag ‘wie nou gelijk heeft’) citeer ik hier uit een brief van Herman van Rens, die in 2013 promoveerde op het onderwerp ‘Joden in Limburg,’ aan de gemeente Heerlen: ,,Ik kom tot een andere beoordeling over Van Grunsven dan Dohmen. Ik vond geen bewijzen van heldendom bij Van Grunsven. (…) Dohmen kan op grond van de gegevens die hij vermeldt in zijn boek niet het bewijs leveren dat Van Grunsven ‘fout’ was. Het is voor mij op grond van de door mij geraadpleegde archieven evenmin mogelijk om te bewijzen dat hij ‘goed’ was. Dat is niet te bewijzen, maar er zijn wel belangrijke aanwijzingen in die richting. En die zijn te vinden in de ‘output’, het resultaat van de bestuursperiode 1940-1945.’
    Ik heb deze visie van Van Rens laten meewegen.
  • p.146/147: Gesprek tussen Van Grunsven en Haex is ingevoegd om de feitelijke situatie van de mijnen te verduidelijken. Bron: onder meer boek Raedts over de mijnen.
  • p.147/148: Sinasappelopstand: diverse bronnen, waaronder het boek van Put/Cammaert, maar ook een ooggetuigenverslag van Nic Tummers die als jongen meeliep.
  • p.148/149: Van Grunsven drukt de bouw van het ambtenarendeel stadhuis door: raadsnotulen en Limburgsch Dagblad.
  • p.149: In werking treden Verordening: vele bronnen.
  • p.150/151: Begin relatie met Voncken: informatie van familie Voncken en berichten uit het Limburgsch Dagblad.
  • p.151 en verder: de kabinetschef heette Huub Schroeders. Dit hele verhaal is ontleend aan het onderzoek van Put/Cammaert.
  • p.152: Mevrouw Bongaerts getuigde na de oorlog. Van Grunsven had na de arrestatie van haar man regelmatig contact met haar. Of ze hem op dit moment al verteld had van de handgranaten, is niet bekend. Volgens zoon Charles Bongaerts lagen de wapens en granaten in een verborgen vak in de kast.
  • p.153: Van Grunsven maakt Bongaerts commandant van de brandweer. Het was de eerste commandant van de professionele brandweer in Heerlen.
  • p. 153/154: Quint verklaarde na de oorlog hoe kabinetschef Schroeders, met behulp van ‘detective’ Martens en Rijksrechercheur Machiel Erasmus, aan de kant werd gezet. De suggestie om met Martens in zee te gaan kwam van een Duitse hoteleigenaar in Heerlen.
  • p.154: Dat Van Grunsven op dat moment al onderduiken overwoog, is niet onwaarschijnlijk.
  • p.154: Oekazeschrift: dit ligt ter inzage bij Rijckheyt en is van het merk Kwarto. In handgeschreven teksten geeft Van Grunsven de hoge ambtenaren vegen uit de pan. Ik vermoed dat hij het kocht bij boekenwinkel Winants, om de hoek van het stadhuis, die net was geopend. Ton van Mastrigt wees me erop dat het Winants-pand pas in 1953 werd geopend. Dat klopt, maar de familie Winants verklaarde op www.heerlenvertelt.nl dat de eerste winkel dateert van 1939. Die lag inderdaad ‘om de hoek,’ ook aan de Geleenstraat. Ik weet niet precies op welk adres.
  • Roelof Braad weet veel meer. Hij meldt: ‘Winants  was pas in november 1952 in de nieuwe winkel op de hoek van de Raadhuisstraat gevestigd, daarvoor vanaf ca. april 1945 aan de Geleenstraat 18-20 in de achterzaal van Haweko en in de oorlog als verzendboekhandel aan de Geleenstraat (vanaf ca. februari 1944), Oliemolenstraat 30A (vanaf december 1942) en Heesbergstraat 39 (eerste vermelding september 1942) – de eerste advertentie ‘Boeken koopt u bij Winants’ vond ik in De Tijd van 8 mei 1946;p.155: Na drie maanden (van 1-9-1941 tot 2-12-1941) stoppen de handgeschreven aanwijzingen, terwijl het schrift nog heel veel blanco pagina’s heeft. Iets of iemand moet Van Grunsven ertoe gebracht hebben te stoppen. Mijn vermoeden: zijn vertrouweling Quint.
  • p.156/157: Arbeitseinsatz, ontduiken van bezoek Seyss Inquart en kwestie bordjes ‘Verboden voor Joden,’ zijn geheel ontleend aan Put/Cammaert
  • p.157: Ordenatlas: dit prachtig uitgegeven boekwerk A3-formaat schonk Peutz aan al zijn kinderen. Ik mocht het exemplaar van Laus Peutz een tijdje lenen.
  • p.158/159: Anekdotes over gestolen Lincoln Zéphir en gedoe met school over beukennootjes en Duitsles: familie Peutz. Frits Peutz bezocht Duitsland voor het eerst pas weer in 1960, waar hij naar het familiegraf in Winterberg ging kijken.
  • p.160: Ook dit gesprek tussen Van Grunsven en Haex is ingevoegd om de feitelijke situatie van de mijnen te verduidelijken. Bron: boek Raedts.
  • p.161/162: Ontleend aan poster die Van Grunsven van de Duitsers moest ophangen. Of hij daadwerkelijk is gaan kijken hoe de duiven werden ingeleverd, is niet bekend. Scene met Nicolaye is ingevoegd om het religieus belang van duif in de RK-kerk te benadrukken.
  • p.162: De Van Grunsvens noemen hun zoon JB naar Juliana en Bernhard; ze hadden toen ook een hondje dat Tommy heette (Tommy, zo noemde men toentertijd ook Britse soldaten). Bron: familie Van Grunsven.
  • p.163: De glamourfoto’s van het gezin Van Grunsven zijn inderdaad midden tijdens de oorlog gemaakt door de Venlose fotograaf Nico Jesse. Ze zijn een aantal jaren geleden geëxposeerd. Foto’s zijn nog steeds in bezit van familie Van Grunsven.
  • p.163: Van Grunsvens vrouw Gertie was beschermd (‘verwend’) opgegroeid. Bron: familie Van Grunsven. Mijn stelling: ze kon daardoor mogelijk de problemen tijdens de oorlog moeilijk aan en gebruikte de fotosessie als een vorm van escapisme.
  • p.163: Dochter Marie-Louise wordt thuisgebracht. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.165: Officieel kreeg het Limburgsch Dagblad een drukverbod wegens ‘papierschaarste.’ Bron: boek Cor Lommers dat verscheen bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de krant.
  • p.165-167: Affaire De Bruijn is uitgebreid gedocumenteerd in Put/Cammaert.
  • p.166: Het bezoek van Van Grunsven aan de Ordnungspolizei in Den Bosch (bij majoor Wolk) is bij Rijckheyt gedocumenteerd, onder meer in een rapport van archivaris Van Hommerich voor het Rijksbureau voor Oorlogsdocumentatie en in een verslag van politiecommissaris Jan Spaen voor Binnenlandse Zaken 91947). Van Grunsven vermeldt het bezoek zelf in het boekje ‘Het Raadhuis’ dat in 1948 huis-aan-huis in Heerlen wordt verspreid. Brandweercommandant Charles Bongaerts zou hem in Den Bosch vergezeld hebben. De genoemde hoogste Duitse politiebaas is de beruchte Hanns Rauter.
  • p.167: De brief waarin de Venlose politiechef (hij heet De Bruijn) afziet van de baan in Heerlen ligt bij Rijckheyt. Compleet met de handgeschreven opmerking ‘Mooi zo’ van Van Grunsven.
  • p.167: Opsporen Joden en leveren 250 woningen voor Duitsers: Put/Cammaert.
  • p.169: Roelof Braad wijst erop de uitkijkpost op het Glaspaleis van de Luchtbeschermingsdienst was, een gemeentelijke organisatie. ‘Mogelijk dat er soms wel een Duitser bij was, maar niet permanent.’
  • p.169: Situatie tijdens oorlog in Royal-bioscoop: boek Ivo Senden.
  • p.169/170: Beschrijving bombardement 26 februari 1943: Rijckheyt en Heerlen Vertelt.
  • p.170/171: Van Grunsven haalt Schmidt over bouwmaterialen te leveren voor ambtenarenkantoor: scene ontleend aan Van Grunsvens eigen relaas in: ‘Het Raadhuis.’
  • p.171: De roof van de kerkklokken is een historisch feit. Ik heb gesprek Van Grunsven – Nicolaye ingevoegd om de impact ervan (voor de kerk) te benadrukken.
  • p.171-173: De grote staking: zeer veel bronnen. Over Grunsven in die dagen is weinig bekend.
  • p.172: Arrestatie Bongaerts: getuigenis van zijn vrouw na de oorlog.
  • p.173: Van Grunsven laat zijn illegale radio weghalen: uit getuigenis van de burgemeester tijdens de zuivering.
  • p.173: Onderduiken van Wim Quint: getuigenis van hemzelf en zijn vrouw. Zijn gezin keert na enige tijd weer terug, omdat de situatie voor hen veilig lijkt.
  • p.174: Bode Theo Crijns staat bij Van Grunsven aan de deur: verklaring van Theo Crijns tijdens gesprek dat Marcel Put en ik op 23 december 2013 in Blaricum met hem voerden. Direct bewijs van contact verzet met Van Grunsven.
  • p.174: Privékelder loopt onder water: Familie Van Grunsven.
  • p.174: De bevrijding van Crijns gebeurde vanuit de apotheek van Voncken: verklaring van Theo Crijns tijdens gesprek dat Marcel Put en ik op 23 december 2013 in Blaricum met hem voerden. Niet zeker is of Voncken daar toen met Van Grunsven over sprak.
  • p.175: Ontsnapping Crijns: uit gesprek met hem in Blaricum.
  • p.176: NSB wil Van Grunsven weg: Put/Cammaert
  • p.176-178: Gesprekken Van Grunsven met ontevreden wethouders: bij Rijckheyt zijn de notulen van deze vertrouwelijke gesprekken bewaard. Voornaamste woordvoerder van de wethouders is Th. Stappers.
  • p.178-180: Dit dagboek is niet authentiek, de historische gebeurtenissen zijn dat wel. Het meeste komt weer uit Put/Cammaert, Rijckheyt en het Limburgs Dagblad.
  • p.180: Van Grunsven gooit kostbaarheden over de schutting naar de buren + onderduikadressen: familie Van Grunsven
  • p.180: Dat de Sicherheitspolizei bij Van Grunsven voor de deur stond blijkt na de oorlog uit de zuiveringszaak tegen de begeleidende politieagent. De Duitse beul die de brandweerkazerne binnenstormt heet Richard Nitsch.
  • p.181: Beschrijving van Rest Center Heerlen staat uitgebreider in een boekje van Peter Pauwels.
  • p.182: Beschrijving Royal direct na de oorlog: boek van Ivo Senden over Royal.
  • p.182: Reactie Amerikaanse soldaten op het stadhuis: Limburgsch Dagblad.
  • p.183: Vernielingen aangericht door Duitsers in de woning Akerstraat 111: verklaring Van Grunsven bij zijn zuivering na de oorlog.
  • p. 183: Beschrijving oppakken NSB’ers direct na de oolog: Put/Cammaert en diverse foto’s.
  • p.183: Start zuivering: Put/Cammaert.
  • P.183-185: Poels bracht zijn laatste jaren door in het klooster Imstenrade dat geleid werd door zijn broer. Van Grunsven heeft ongetwijfeld kennis gehad van Poels’ memoires. Of de burgemeester Poels in Imstenrade heeft bezocht? Het zou zo maar kunnen.
  • p.185: Deken Nicolaye trekt zich terug: Rijckheyt.
  • p.185: Herstart voetbal: deze was moeizaam, er werden zogeheten noodcompetities begonnen, waaraan onder meer Kolonia deelnam. Bron: competitieprogramma in het Limburgsch Dagblad.
  • p.186: Bezoek Gerbrandy: Limburgsch Dagblad
  • p.186: Van Grunsven schenkt een mini-auto aan prinsesjes van Oranje: bron: familie Van Grunsven.
  • p.187-189: Vincken hangt in februari 1945 brief in etalage en Van Grunsven bevestigt zijn reactie aan het raadhuis: Rijckheyt, Limburgsch Dagblad en Put/Cammaert. Van Grunsven heeft het waarschijnlijk met Voncken gehad over wie ‘loopjongen Vincken’ aanstuurde, maar of dat toen al was, is onzeker.
  • p.187/188: Tekst op klinken ‘Spreek vrijuit, maar pas op uw woorden’ is tot op de dag van vandaag te bewonderen in het stadhuis van Heerlen. Voor het tweede deel moet je wel de burgemeesterskamer in.
  • p.188: Bij een overleg over de brief van Vincken was, naast Quint, ook Charles Nicolas aanwezig, die zei dat men rustig kon aannemen dat Vinckens klachten op vrijwel niets berustten. Nicolas was leider van de Orde Dienst in de Mijnstreek, oftewel het georganiseerde verzet. Bon: RHCL, Archief Militair Gezag.
  • p.166: Uitspraak: ‘Kon Bongaerts nog maar spreken.’ Citaat is uit handgeschreven notitie van Van Grunsven, datering onbekend. (Rijckheyt).  De relatie met de familie Bongaerts was en is zeer goed: dochter Gerty is getrouwd met met Charles Bongaerts, zoon van. Verklaring familie Van Grunsven: ‘Zijn moeder was buitengewoon ingenomen met dat huwelijk omdat burgemeester Van Grunsven haar man erg geholpen heeft als verzetsman en ook zijn vrouw, nadat Bongaerts door de Duitsers was opgepakt en vermoord.’
  • p.188: De uitspraak van Michiels van Kessenich ‘Jij hebt het beter gedaan dan ik’: Dit heeft Van Grunsven zijn kinderen verteld. Bron: Familie Van Grunsven.
  • p.190: Bij Rijckheyt heb ik notulen ingezien van een bijeenkomst van de politiezuivering in Heerlen waarbij Van Grunsven een prominente rol speelt bij de verhoren. Ik citeer hem hier letterlijk zoals het genotuleerd staat.
  • p.190/191: Duitse connectie Peutz en onderduikers: familie Peutz. De schoonzoon heette Heinrich Stahl en werkte bij de Oranje Nassau in Heerlerheide, zo bevestigt de familie Schunck. In het Limburgsch Dagblad wordt Ortsgruppenleiter Stahl genoemd als gastheer van een bijeenkomst op 22 juni 1941 in zaal Klören van de NDSAP-afdelingen Heerlen, Heerlerheide, Hoensbroek en Spekholzerheide. Stahl sloot de bijeenkomst af met de ‘Führergruss.’
  • NB. Zowel Jan als Netty Peutz hebben gehoord dat hun vader gearresteerd werd en uit een Duitse trein gered werd, toen die ergens stopte. Maar beiden hebben geen concreet bewijs voor die arrestatie, Netty vermoedt dat Stahl hem redde, Jan meent gehoord te hebben dat Max de Marchant zijn redder was. Volgens de familie Schunck was Stahl geen fanatiek nazi, maar een heel zachtaardige man die na de oorlog persona non grata werd in Heerlen. Van 1937 tot 1945 had hij met Pierre Schunck een kalk- en mergelgroeve aan de Bergseweg in Kunrade die Schunck & Stahl heette. Vanaf 1947 heette de firma alleen nog Schunck.
  • p.192: De sigaret rokende burgemeester is te zien op een film over het bezoek van Juliana.
  • p.192: Relatie met familie Honigmann: Put/Cammaert.
  • p.193: Wilhelmina’s uitspraak ‘Eindelijk een echte burgemeester’: Pieter Defesche vertelde de kinderen van Van Grunsven daarover.
  • p.193/194: Eerste raadsvergadering na de oorlog: raadsnotulen (Rijckheyt) en Limburgsch Dagblad.
  • P.194/195: De brandwonden door heet water: bron: familie Eyck-Voncken. Het Limburgsch Dagblad meldde dat de burgemeester uit de running was. Er werd zelfs een waarnemend burgemeester benoemd, kantonrechter Bronsgeest (van 15 april tot 18 mei 1945).
  • p.195-198: Het goede nieuws van Van Sonsbeek en de beschuldigingen van Doppler: Put/Cammaert. Het gesprek van Van Grunsven met Doppler is volledig gebaseerd op het dossier.
  • p. 198-200: Een exemplaar van ‘Het Raadhuis’ ligt er inzage bij Rijckheyt. De inhoud ervan heb ik verwerkt in een gesprek met Voncken om het aspect van het ‘zijn eigen trottoir schoonvegen door Van Grunsven’ te accentueren. Over de financiering van het boekje kreeg de burgemeester van de gemeenteraad trouwens nog een soort schrobbering, omdat de bezorging gekoppeld was aan een mededeling over de stroomtarieven. Bron: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.200: Van Grunsven verklaarde tegen zijn kinderen dat hij een sober graf wilde. Dat is ook gebeurd.
  • p.200/201: Opening raadhuis: Limburgsch Dagblad, diverse foto’s
  • P.200: Grote irritatie Van Grunsven over getreuzel Peutz met stadhuis-meubilair: familie Van Grunsven.
  • p.201: Gesprek tussen Van Grunsven en Crijns is ingevoegd vanwege de opmerkingen van Crijns over Doppler, die Crijns memoreerde tijdens het gesprek dat Marcel Put en ik in 2013 in Blaricum met hem hadden.
  • p.201-203: Begrafenissen Haex, Nicolaye en Poels: Limburgsch Dagblad.
  • p.203: Beschrijving deken Bemelmans: Rijckheyt.
  • p.204: Van Grunsven vond Bemelmans een ‘katholieke zeur’: bron: familie Van Grunsven.
  • p.204: Verbod film Bathing Beauty: citaat Max van Bergen in Limburgsch Dagblad.
  • p.205: Van Grunsven bij Prinsenbal: Limburgsch Dagblad.
  • p.205: Van Grunsven geen lid netwerkclubs: familie Van Grunsven
  • p.205: ‘Voncken daagt gevestigde orde graag uit’. Telefonische mededeling van Jan Pierik, de belastingadviseur van zowel Peutz als Van Grunsven, die samen de eerste Nederlandse apothekers-NV oprichtte, waarvan Frits Voncken aandeelhouder-directeur was. Dat zorgde voor ophef omdat dit de ‘vrije beroepsgroep’ zou schaden. Toen Toon Hermans ook een NV oprichtte, eindigde de discussie.
  • NB. Pierik merkte op dat Peutz liefst 23-voudige kinderaftrek genoot.
  • p.206: Oplossing Stedemaagd: diverse bronnen, onder meer Rijckheyt, Limburgsch Dagblad en familie Van Grunsven.
  • p.206-213: Ongetwijfeld is Van Grunsven regelmatig door ‘zijn’ museum gewandeld. Ik heb deze wandeling ingevoegd, om de hoogtijperiode van het stadhuismuseum als eenheid te kunnen brengen.
  • p.207: Frits Voncken bedenkt dat witte wanden ideaal zijn voor museum: familie Van Grunsven.
  • p.207-209: Exposities in stadhuis: dossier bij Rijckheyt met opsomming van alle exposities. Ook veel artikels in Limburgsch Dagblad.
  • p.209: Schilderij in achterbak auto: familie Van Grunsven.
  • p.209: Sollicitatie Pieter Defesche in keuken: familie Van Grunsven.
  • p.209: Uitspraak Defesche over ‘aanwijsbare kinderarmpjes’: Limburgsch Dagblad.
  • p.209-210: Beschrijving Willem Sandberg: diverse bronnen.
  • p.210: Onderduikvakantie bij Charles Eyck, diverse bronnen, onder meer familie Eyck-Voncken.
  • p.210: ‘Guggenheim-paladijntje.’ Bron: Rijckheyt.
  • p.211: De genoemde dichters zijn allemaal in Heerlen geweest tijdens speciale bijeenkomsten (in het raadhuis). Daar getuigen ook diverse foto’s van.
  • P.186: Expositie Henri Jonas alleen via kamer burgemeester. Bron: Nic Tummers
  • p.212: Ophef over expositie Tytgat: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.212: Ophef over gedicht Pierre Kemp: het boek van Ine Sijben en Hans op de Coul over Limburgse poëzie (zie literatuurlijst). Het exacte verweer van Van Grunsven heb ik niet kunnen achterhalen, ook Wiel Kusters van de stichting Pierre Kemp kon me er niet aan helpen. Het kritische raadslid was mevrouw Reuten. NB. Haar zoon maakte enkele decennia later furore als de pastoor van ‘l Alpe d’Heuz die de klokken luidde tijdens de Tour de France bij elke Nederlandse overwinning op ‘zijn’ berg.
  • p.213/214: Vakanties in Domburg: familie Van Grunsven. Er bestaat een foto van de burgemeester, wandelend op het strand.
  • p.214: In het dossier van het 25-jarig burgemeestersjubileum zit een briefkaart van een vrouw die vraagt wanneer ze de Van Grunsvens weer eens in Domburg mogen begroeten. Het Liber Amicorum voor Van Grunsven werd trouwens geregeld door Frits Voncken en Harry Tummers, de vader van Nic Tummers.
  • p.214/215: Van Grunsven heeft ongetwijfeld geposeerd bij Charles Eyck.
  • p.214: Onderscheiding redding drenkelingen: Limburgsch Dagblad. Van Grunsven zou met een bootje mensen gered hebben. De onderscheiding is te zien op het schilderij van Eyck.
  • p.214: Van Grunsven ontvlucht in 1948 een huldiging: Limburgsch Dagblad.
  • p.214: Vergadering over inzameling in zaal Ruto: berichtjes in Limburgsch Dagblad.
  • p.215: Van het gezin tijdens het zilveren jubileum bestaat een foto (Rijckheyt).
  • p.215-217: Bij Rijckheyt hebben ze een dossier over Van Grunsvens zilveren jubileum, dat onder meer het speciale feestboek met spreuken van diverse kunstenaars, het receptieboek en schriftelijke felicitaties.
  • p.215-217: De beschrijving van het feest zelf komt uit het Limburgsch Dagblad.
  • p.217: Tsjechische dienstmeisje, huisarrest voor zoon Boudewijn en meningsverschil met Drees: familie Van Grunsven.
  • p.218: ‘Tegendraadsheid Heerlen trok jongeren’: Dit vertelde William PARS Graatsma me, tijdens een gesprek dat ik met hem had. Hij toog vanuit Maastricht naar Galerie Zuid, omdat dat ‘interessant’ was.
  • p.218: ‘Voncken benadert Van Grunsven voor Galerie Zuid’: bron: Nic Tummers
  • p.218: De drie jongeren zijn: dichter Willem K. Coumans, beeldhouwer Nic Tummers en journalist Oscar Timmers.
  • p.218: Verslag bijeenkomst Galerie Zuid: Nic Tummers en boek Ine Sijben en Hans op den Coul over poëzie in Limburg.
  • p.218/219: Van Grunsven gunt Tummers de Schelmentoren als atelier: bron: Nic Tummers
  • p.219/220: Bezoek Van Grunsven aan de dochters van Honigmann: of dit precies zo is gegaan, is niet bekend. Feit is wel dat Van Grunsven het contact met de familie Honigmann beëindigde, omdat zij niet braken met Max de Marchant et d’Ansembourg. Ik acht het waarschijnlijk dat zijn vrouw het daar niet mee eens was, maar dat kunnen de kinderen niet bevestigen.
  • p.220: Van Grunsven getuigde na de oorlog voor Max de Marchant et d’Ansembourg: politieke biografie over de oud-gouverneur door Paul Bronzwaer.
  • p.220: Van Grunsven over de Duitsers: ‘Ze hebben het verdiend.’ Bron: familie Van Grunsven
  • p.224: Dit Europa Hotel was gevestigd op de vierde, vijfde en zesde verdieping van wat nu de hoogbouw van gemeentelijk stadskantoor is, direct naast het stadhuis (ook een ontwerp van Peutz). Harry van Dijck wees me erop dat daar een dossiertje over ligt bij Rijckheyt. Dit (sinds de jaren negentig) groen gekleurde gebouw wordt in 2018 gesloopt en vervangen door een gebouw van Francine Houben (Mecanoo).
  • p.224: De gemeente Heerlen communiceert al jaren over de voorbereidende EGKS-vergadering in De Luijff. Van Grunsven is daar mogelijk aanwezig geweest. Maar er is weinig over bekend. De koppeling van de EGKS-vergadering (1951) met het Europa Hotel is fictief. Het hotel werd rond 1958 gebouwd.
  • p.228: Roelof Braad betwijfelt of er een voorbereidende oprichtingsvergadering van de EGKS in Heerlen heft plaatsgevonden. Er is wel vergaderd, maar pas later. Braad: ‘Wat ik bij enig naspeuren in de kranten wel vind is dat op 23 mei 1955 een eerste vergadering is gehouden van de in Heerlen ingestelde Commissie van Advies overeenkomstig artikel 48 van het EGKS-verdrag bij de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg. De commissie werd ingesteld om de Hoge Autoriteit van de EGKS van advies te dienen en inlichtingen te verschaffen over de Nederlandse mijnindustrie. De vergadering moest beslissen over de vorming van het bureau van de commissie. De hoge bijeenkomst vond echter plaats in het Heerlense Grand Hotel.’
  • p.224/225: Beschrijving Eduard Hustinx: Rijckheyt.
  • p.224: Beschrijving butler en Graham Page: Nic Tummers, die dit als jongen een indrukwekkend tafereel vond, waar hij na de ochtendmis zelfs voor naar de Saroleastraat rende.
  • p.225: Beschrijving chemische stoffen Staatsmijnen: diverse bronnen.
  • p.227: Beschrijving hooimijten in de jaren ’50: film over de Mijnstreek uit deze tijd.
  • p.227: De koelkast arriveert in Heerlen. Bron: Nic Tummers die het hoorde van Hubert-Jan Henket, de zoon van de man die met octrooien over de wereld reisde.
  • p.227/228: Expositie ‘Europa Bouwt’: Limburgsch Dagblad. Bij Beeld en Geluid is er een Polygoon-filmpje over te zien.
  • p.228: De gemeente Heerlen communiceert al jaren over de voorbereidende EGKS-vergadering in De Luijf. Er is niet al te veel over bekend. Het Limburgsch Dagblad schreef er niets over, er schijnt wel een foto van te bestaan. De uitbouw met vertaalkamertjes is van Holt, want er waren vaker vergaderingen van de Europese mijnbedrijven. De ovale vergaderruimte is er nog steeds, nu als onderdeel van Betahuis. De vertaalkamertjes zijn tegenwoordig gebruik als poetshok en postsorteerkast. Bron: Rijckheyt en Betahuis. Of Van Grunsven daadwerkelijk de vergadering heeft toegesproken, is niet bekend. NB. In 1966, na de aankondiging van de mijnsluiting, is er in Heerlen een congres gehouden, waarin werd bepleit de stad ‘Energiehoofdstad’ van Europa te maken, maar die eer ging naar Luxemburg.
  • p.229-231: Gouden jubileum Staatsmijnen: Rijckheyt, bedrijfsfilm Staatsmijnen, Limburgsch Dagblad en diverse foto’s.
  • p.230: Chique vrouwen krijgen nieuwste boeken eerst. Bron: Nic Tummers. Zijn vrouw wilde het net uitgekomen ‘De kellner en de levenden’ van Simon Vestdijk lenen, maar dat ging volgens Tummers direct over de heggen van de villawijk.
  • p.231/232: Beschrijving van de zondagse bezigheden van het gezin Van Grunsven. Ze bezochten dan onder meer dr. Mey in Brunssum: familie Van Grunsven.
  • p.232: De kinderen belden aan, dat is een paar keer gebeurd toen Van Grunsven op bezoek was bij Guy Widdershoven in Hoensbroek. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.233: Kostscholen: bron: familie Van Grunsven.
  • p.233/234: Psycholoog en agenten voor Boudewijn. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.234: Kwestie Greet Hoffmans: familie Van Grunsven.
  • p.235: ‘Ga maar de kamer uit’ tegen zoon Frans: familie Van Grunsven.
  • p.235: Beschrijving stationsplan Peutz: expositie ‘Unbuilt Heerlen,’ december 2014, Schunck. Bezoek aan NS is waarschijnlijk bij zo’n groot project, maar er is alleen correspondentie beschikbaar, ik heb geen gespreksverslagen kunnen vinden.
  • p.237: Woonhuis Peutz aan de Oude Lindestraat: fraai opgeknapt in de jaren negentig, sindsdien kantoor.
  • p.237/238: Zaterdagmiddagen bij Van Grunsven: familie Van Grunsven. Als vrienden kunnen genoemd worden: Frits Voncken, Merx van V&D, Joop Linthorst (Secretaris Staatsmijnen) en echtgenote, oogarts J. Timmerman en jonkheer J. Michiels van Kessenich (directeur Twensche Bank) en zijn echtgenote, Wim Snoek (directeur ziekenhuis Kerkrade) en echtgenote, Trix Honigmann (tot aan de breuk), Harrie van Den Brekel, medisch adviseur Algemeen Mijnwerkers Fonds, en huisarts Guy Widdershoven (die in 1935 het Sportfondsenbad mocht openen met een duik in het water.)
    In de loop der jaren had Van Grunsven verder contact met vele notabelen, zoals Job Dura, Piet Feijth (Heineken), Antoine Rottier (president-directeur Staatsmijnen).  NB. Zoon Frans zette Van Grunsven regelmatig af bij Cornelis Raedts thuis; die kwam nooit naar de Akerstraat. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.238: Kinderarts Oscar Driessen werd ook bij Van Grunsven gesignaleerd. Bron: familie Moors, die stelt: ‘Driessen was een zeer principiële man, die zou Van Grunsven nooit bezoeken als hij dacht dat de burgenmeester in de oorlog fout was geweest.’
  • p.238: Relatie met Job Dura: familie Van Grunsven.
  • p.239: Van Grunsven boos op Limburger Koerier: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.239/240: Brief afwijzing NS: Rijckheyt en expositie ‘Unbuilt Heerlen.’
  • p.240: Beschrijving Annakerk: onder meer Rijckheyt.
  • p.240: ‘Berg en Terblijt blijft mooiste kerk.’ Peutz zei dit voor het eerst begin jaren zeventig in het openbaar. Bron: Limburgs Dagblad.
  • p.241: Gipsen Mariabeeld in Annakerk: familie Peutz
  • p.241: Altaar als grafsteen zoontje Hans: familie Peutz
  • p.242: Kritiek wethouders op plan schouwburg: van de overleggen met wethouders tijdens de oorlog zijn notulen bijgehouden die in te zien zijn bij Rijckheyt.
  • p.243: Instemming raad met nieuwe schouwburg: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.243: De wethouder die tegenstemde, heette J. Koelman.
  • p.243/244: Bouwverbod schouwburg wegens woningnood: Limburgsch Dagblad. De minister was Herman Witte.
  • p.244/245: Peutz wil truc met schutting toepassen. Bron: hardnekkig gerucht dat Nic Tummers hoorde, families Peutz en Van Grunsven kunnen het niet bevestigen.
  • p.245: Sittard rijk van duisternis. Raadsnotulen, Rijckheyt.
  • p.245: ‘Schouwburgschandaal’: raadsnotulen en kranten in heel Nederland (korte berichten).
  • p.245: Raadsvergadering dertig jaar burgemeester ‘hoogachting burgerij’ uit, toespraak wethouder Schutgens: Limburgsch Dagblad.
  • p.247: Gesprek met Voncken ingevoegd. Nieuwe woning Groene Boord en Kasteel Terworm: familie Van Grunsven.
  • p.249: Van Grunsven gaat kijken in Tilburg en Eindhoven, maar draait direct weer om. Bron: familie Van Grunsven (zijn zoons reden hem daarheen).
  • p.249: In Maastricht vragen ze hem wanneer hij daar burgemeester wordt: Familie Van Grunsven.
  • p.250 en verder: Helikoptervlucht Egidius Joosten: het is niet bekend of Van Grunsven ooit met Joosten heeft gevlogen. Het lijkt waarschijnlijk vanwege de nauwe band tussen beiden en omdat Joosten voortdurend met dat ding rondvloog.
  • p.251: Melchior financiert bejaardenhuis Tobias: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.252: Tirade van Peutz over Melchior is genomen uit artikel in Het Vrije Volk uit 1963, toen de architect net de bouw van het ziekenhuis was kwijtgeraakt.
  • p.253 en verder: Beschrijving Joosten: diverse bronnen, onder meer Limburgsch Dagblad
  • p.253: Bouw stadion Kaldeborn: raadsnotulen (Rijckheyt)
  • p.253: Van Grunsven was tegen profclub in Heerlen, omdat er in Kerkrade al eentje was: familie Van Grunsven.
  • p.254: ‘Klein’ doorbraakplan Klijnen: Limburgsch Dagblad.
  • p254/255: Breuk met Klijnen, komst van Holt: familie Van Grunsven.
  • p.255: Holt wilde elke twee weken vergaderen met Van Grunsven: bij Rijckheyt liggen de notulen van deze vergaderingen.
  • p.257: ‘Voor alle zekerheid: we hebben definitief besloten dat de Grote Doorbraak er komt’ staat in de genoemde notulen.
  • p.258: ‘Als Raedts hard begon te praten, merkte de burgemeester dat hij begon te trillen.’ Bron: raadsverslaggever Jan Hendriks.
  • p.258: Verslag van gemeenteraadsvergadering over doorbraak is authentiek, inclusief de citaten. Mevrouw Paulen vreesde voor hoogbouw. (Rijckheyt, Limburgsch Dagblad)
  • p.258/259: Beschrijving onthulling standbeeld Henri Poels is authentiek. (Limburgsch Dagblad)
  • p.260: Iedereen gaat pas zitten, nadat Van Grunsven zit: bron: Jan Pierik, later zelf raadslid voor het CDA en Jan Hendriks, toentertijd verslaggever van de krant.
  • p.260: Aanvaring met wethouder: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • p.260: ‘Haal die sigaar uit je mond.’ Dit zei Van Grunsven tegen wethouder Jongen. Van Grunsven vond dat wethouders moesten luisteren. Bron: Familie Van Grunsven
  • p.260: Kabinetschef Defesche kan maar beter omdraaien: Bron: Nic Tummers NB. Sjef Kusters vertelde me dat Defesche medio jaren zestig ook voorlichter van de gemeente was. ‘Zelf was ik die jaren stadsverslaggever. Defesche was een wat vormelijke, maar soms ook verrassende man. Als ik bij hem was voor een persgesprek en de burgemeester riep hem, dan wees hij wel eens: ‘Dat daar is een vertrouwelijk stuk.’ Defesche bleef dan lang genoeg weg om ons de kans te geven het te lezen.’
  • p.261: In de jaren ’50 en ’60 trok Van Grunsven steeds meer naar Frits Voncken toe. Marlies Eyck-Voncken verklaart dat ze zo rond 1960 vaak bij haar vader langs ging en daar zo’n drie keer per week Van Grunsven aantrof, waarbij vooral Voncken aan het woord was. De zoons van Van Grunsven bevestigen dat ze hem regelmatig naar de apotheker brachten, een autoritje van zo’n vijfhonderd meter. Toch vergroot ik de rol van Voncken (waarschijnlijk) uit. Dat heeft een doel. Zijn gesprekken met Van Grunsven zijn fictie, wat me de mogelijkheid biedt om Voncken kritische vragen te laten stellen, waarop ‘sphinx’ Van Grunsven min of meer gedwongen wordt te reageren.
  • p.261: Benoemde alle politie-agenten. Familie Van Grunsven
  • p.261: Anekdote eenrichtingsstraat: familie Van Grunsven
  • p.261: Kabinetschef als bode: Bron: Nic Tummers die het van Defesche zelf heeft gehoord.
  • p.262: Frans Dohmen kiest Van Grunsven: bron: familie Van Grunsven.
  • p.262: Korte carrière als plaatsvervangend kantonrechter: Bron: familie Van Grunsven
  • p.263: In dezelfde raadsvergadering onthult Van Grunsven ook dat de bouw van een mijnmuseum niet doorgaat ‘omdat een bouwwerk waarbij dit betrokken zou worden niet is kunnen doorgaan’. (raadsnotulen, Rijckheyt). Op welk bouwwerk de burgemeester doelt, is me niet bekend.
  • p.264: Het raadslid dat vreesde dat Heerlen vast zat aan een lening was KVP’er Waaifoort. (raadsnotulen Rijckheyt)
  • p.265: Bezoek aan Gelsenkirchen. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.267: De man met het supermarkt-mandje is mijn eigen opa, die trouwens timmerman was. Befaamde anekdote in de familie van mijn moeder.
  • p.267: Gesprek met Melchior is ingevoegd, omdat Van Grunsven en Melchior hier ongetwijfeld (informeel) over gesproken hebben.
  • p.268: Het christelijke raadslid Klaas Gort had grote moeite met het breken van de staking.
  • p.268: Sporthal en motel. Bron: notulen van voorbespreking voor raadsvergadering (Rijckheyt) .
  • p.268: De oud-chef van bouwbureau Staatsmijnen heette W. Fontein en was de opvolger van Anton Dinger. Ingenieur Braun van het bureau van Peutz stortte zich met hem op de schouwburg, om te redden wat er te redden viel. NB. De sulfaatloodsen van de Maurits in Geleen bestaan nog steeds en vormen naar mijn mening een van de mooiste resterende mijngebouwen in Limburg.
  • p.269: Van Grunsven kiest Jacobsen-stoelen uit voor de schouwburg. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.269: Eerste paneel schouwburg op televisie. Bon: Limburgsch Dagblad. Ik heb de beelden niet kunnen vinden.
  • p.269: Van Grunsven wil halfjaar langer blijven. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.270: Beschrijving bunker Bescherming Bevolking. Bron: onder meer Heerlen Vertelt.
  • p.270: Van Grunsven laat communist in verlaten raadszaal speechen: raadsnotulen (Rijckheyt).
  • NB. Van Grunsven trok graag op met linkse raadsleden, als Jan Schiks en de communist Frits Dragstra. Bron: Familie Van Grunsven. Dragstra brak in 1960 tijdens de gemeenteraad een lans voor Chroestjov (raadsnotulen, Rijckheyt).
  • p270: Fons Castermans hield ooit in filmhuis De Spiegel een lezing over Pantserkruiser Potemkin. Hij kon me niet vertellen of de film ooit in Heerlen is vertoond. Naar aanleiding van Moderne Tijden deed Peter van Zutphen een oproep om Potemkin te vertoonden op het moment dat de Royal-bioscoop heropend is.
  • p.271: bezoek Dageraad aan Heerlen. Bron: Limburgsch Dagblad.
  • p.272-276: Opening schouwburg: Limburgsch Dagblad
  • p.272: Van Grunsven had afkeer van gouverneur Houben. Bron: familie Van Grunsven
  • p.272: Van Grunsven eist annexatie buurgemeenten. Bron: Limburgsch Dagblad.
  • p.274: Van Grunsven laat Houben vergeefs wachten. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.274/275: Wethouders steunen ultiem plan thermenmuseum met kantongerecht. Bon: Nic Tummers die een schets van Peutz bezit. Dat dit klopt, bewijst een raadsvergadering van begin 1962, waarin het voorstel aan de orde komt.
  • p.275: Affaire weggetje tussen V&D en Schunck. De betreffende wethouder was E. Jongen. Bron: Rijckheyt.
  • p.276: Van Grunsven kan trillen niet stoppen. Mogelijk leed hij aan beginnende Parkinson. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.276: Van Grunsven bepaalt welke muziek door het hele huis schalt. Bron: familie van Grunsven.
  • p.276: Thee om half drie voor de deur, biertje drinken met kinderen: Familie Van Grunsven
  • p.276. Van Grunsven eet niet meer mee. Bron: Jan Pierik
  • p.277: Kinderen mogen doorrijden bij Vrouwenheide: Bron: familie Van Grunsven.
  • p.277: Van Grunsven gooit met boeken. Bron: familie Van Grunsven.
    p.277: Dansend vriendinnetje naar huis gestuurd, Van Grunsven boos. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.278: Van Grunsven heeft hekel aan speechen. Bron: Nic Tummers en familie Van Grunsven.
  • p.278: Van Grunsven vertrouwde in de jaren ’50 alleen wethouder Schutgens en gemeentesecretaris Sens die hij zelf naar Heerlen had gehaald.
  • p.278: ‘Ik vertrouw jullie zoals jullie mij vertrouwen’. Bron: Jan Hendriks, eind jaren vijftig raadsverslaggever in Heerlen. Hendriks zegt dat Van Grunsven toentertijd ‘zeer ongeliefd’ was.
  • p.278: Commissarissenvergadering Limburgsch Dagblad over benoeming Van Grunsven: Boek Cor Lommers over 75 jaar Limburgs Dagblad
  • p.278: ‘Breidelen pers’, Aanvaring met raadslid H. Jongen (raadsnotulen, Rijckheyt).
  • p.279: In 1959 van Limburgsch naar Limburgs Dagblad: Boek Cor Lommers over 75 jaar Limburgs Dagblad.
  • p.279: De interviewer voor het artikel in Tussen de Rails was Stef Kleijn, een journalist die later enige bekendheid verwierf omdat hij collega’s van Elsevier liet kennismaken met het bourgondische van Maastricht. Die schreven daarover, waarna de faam van Maastricht in het land steeg.
  • p.279: Citaat Cornelis Raedts: dit staat vermeld in het interview in Tussen de Rails.
  • p.281: Opening Vredeskapel. Bron: Limburgs Dagblad.
  • p.282: Laatste raadsvergadering: Raadsnotulen (Rijckheyt) en Limburgs Dagblad.
  • p.283: Joosten en Melchior staan garant voor 20.000 euro. Bron: Rijckheyt.
    p.283. Van Grunsven laat zoon Boudewijn wasmachine teruggeven aan Melchior: Bron: familie Van Grunsven.
  • p.283: Van Grunsven wacht met familie op besluit gemeenteraad over ereburgerschap, naam schouwburgplein en instelling Cultuurprijs (Limburgs Dagblad)
  • p.286: Gegevens over de Fiat 2300: bij Rijckheyt is de rekening in te zien.
  • p.286/287: Van Grunsven krijgt geen beeld op tv. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.287: Opsomming auto’s: familie Van Grunsven.
  • p.287: Van Grunsven rijdt alleen nog in de eerste versnelling: familie Van Grunsven
  • p.287: Van Grunsven ramt fietsen in garage: familie Van Grunsven.
  • p.287: Voor het ongeluk met Fiat 2300 schijnt Van Grunsven (door de kantonrechter) voor veroordeeld te zijn. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.289: Aannemer Foeckerts zou het plan voor het Thermenmuseum samen met Peutz moeten maken. Raadsnotulen (Rijckheyt)
  • p.289: Van Rooy voorkomt uitbreiding Schunck: raadsnotulen (Rijckheyt) en Limburgs Dagblad.
  • p.289: Van Grunsven kijkt naar John Steed en Emma Peel: familie Van Grunsven.
  • p.289: ‘College is een team geworden’: Limburgs Dagblad.
  • p.290: Van Rooy verbant beeld Poels naar Welten. Klopt niet, zal ik in derde druk herstellen. Roelof Braad wijst er namelijk op dat het standbeeld pas in 1996 naar Welten is verplaatst.  Het beeld is daarvoor verplaatst op het Emmaplein (na Pancratiusplein) zelf. In het Limburgs Dagblad van 29-04-1963 bepleit burgemeester Van Rooy een waardigere plek, want het beeld wordt steeds meer omringd door geparkeerde auto’s. In 1967 ontstaat het plan Poels te verhuizen naar tussen de Pancratiuskerk en de Twentsche Bank.
  • p.291: Fout met lift: boek over 100 jaar ziekenhuis Heerlen plus gesprek met internist Moors, de toenmalige buurman. Marcel Put en ik spraken hem op 7 juni 2013 in Mechelen.
  • p.291-293: Regenten over Peutz: boek 100 jaar ziekenhuis Heerlen.
  • p.293: Zoon Wolf probeert Frits Peutz over te halen. Bron: familie Peutz. Of Van Grunsven naar de vrouw van Peutz is gegaan, is onzeker. Het kan ook een andere Regent zijn geweest.
  • p.293: Reactie Peutz staat in artikel in Het Vrije Volk (idem p.259). Ook hier: het is niet zeker of Van Grunsven naar Peutz is gegaan. Zeker is wel dat hij Peutz (openlijk) afviel. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.294: Rechtszaak Melchior – Peutz: Bron: schriftelijke samenvatting van archivaris Jacques van Rensch van het RHCL. De documentatie over de zaak was een aantal jaren geleden, toen ik de samenvatting ontving, niet openbaar, omdat Léon Melchior toen nog leefde. Het Limburgs Dagblad en diverse andere kranten berichtten toentertijd kort over de (uitspraak in deze) rechtszaak.
  • p.294/295: Peutz woedend op Swinkels: Familie Peutz. Of Peutz dit zo ook rechtstreeks geuit heeft tegen Van Grunsven is onbekend.
  • p.295: Gemeenteraad besluit over ziekenhuis: Limburgs Dagblad.
  • p.295-298: Relaas Jan Peutz over teloorgang Peutz Architecten: familie Peutz. Om het verhaal in Moderne Tijden te kunnen inpassen, heb ik scène met Van Grunsven ingevoegd.
  • p.298: Gertie haalt schilderij in huis en brengt het later terug naar stadhuis. Familie Van Grunsven
  • p.299-301: Relaas Jan Peutz over teloorgang Peutz Architecten: familie Peutz. Om het verhaal in Moderne Tijden te kunnen inpassen, heb ik ook deze scène met Van Grunsven ingevoegd.
  • p.302: Godfried Bomans in Heerlen. Nic Tummers en familie Voncken.
  • p.302: Snelle teloorgang Van Grunsven-cultuurprijs: Limburgs Dagblad.
  • p.302: Frans Gijzels wordt voorzitter Winkbülle: Limburgs Dagblad
  • p.302: Voncken hield van gesteggel: bron: Jan Pierik (belastingadviseur Van Grunsven die met Voncken een Apotheek-NV oprichtte).
  • p.303: Het Limburgs Dagblad onder hoofdredacteur Jules van Neerven: Limburgs Dagblad
  • p.303: Zoon Frans adviseerde Van Grunsven om zijn oud-studiegenoot Van Neerven te laten solliciteren. Familie Van Grunsven.
  • p.303/304: Provo-actie in Heerlen: Limburgs Dagblad.
  • p.304/305: Den Uyl in schouwburg: vele bronnen.
  • p.305: Van Grunsven op tweede rij: familie Van Grunsven.
  • p.305: Van Grunsven joeg woningbouw Joosten mee op. Verklaring van architect Peter Sigmund.
  • p.305: Besluit verhuizing ABP viel officieel in 1967.
  • p.306: Opening winkelcentrum Het Loon en uitspraak Joosten: Limburgs Dagblad.
  • p.306: Joosten voert lang gesprek bij Van Grunsven thuis. Bron: familie Van Grunsven. Inhoud gesprek officieel niet bekend, maar het ging ongetwijfeld over Vasco, want die affaire hield Van Grunsven volgens zijn kinderen erg bezig.
  • p.307: Vascomij surseance, Joosten trekt zich terug in villa. Limburgs Dagblad.
  • p.307: Ruzie met buurvrouw: Bron: familie Moors, de toenmalige buren. Marcel Put en ik spraken hen op 7 juni 2013 in Mechelen. Ze verklaarden ook dat je na de oorlog weinig goeds over Van Grunsven hoorde.
  • p.307: Van Grunsven had nergens zin meer in, zijn vrouw vluchtte in flink koopgedrag. Bron: familie Van Grunsven.
  • p.308: Van Grunsven draaide thuis gemeentelijke begroting in elkaar: familie Van Grunsven.
  • p.308: Van Grunsven laat administratie versloffen en dochter moet orde scheppen: familie Van Grunsven.
  • p.309: Van Grunsven verslikt zich erg. Bron: familie Moors
  • p.309: Rood Fiatje: Bron: familie Van Grunsven.
  • p.309/310: Van Grunsven was de laatste jaren van zijn leven vaak bij Voncken, waar ze veel praatten. Bron: familie Eyck-Voncken. Dit gesprek heb ik opgevoerd om Van Grunsven laten bespiegelen op zijn carrière.
  • p.309: ‘Regeren is vooruitzien?’ (raadsnotulen, Rijckheyt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *